Expoplu

Exposities

Expoplu Exchange - Hopscotch

23.01.2021 - 31.01.2021
Maarten Buser, Anna Gerrits, Pim Lohman, Daan Mulder, Jesse Strikwerda, Wanda Tiersma

NB: De eindresultaten van het project worden vanaf 23 januari tentoongesteld op www.hopscotch.link

“De wereld wordt de waanzinnige vreemd en hij raakt perplex over de non-fundamenten van het bestaan” (Filosofie van de Waanzin, 2014, p. 31). Met deze woorden beschrijft Wouter Kusters hoe wankel de perceptie van ons dagelijks leven kan zijn. Waanzin, stelt hij, kan deze perceptie drastisch veranderen. De deelnemers van de tweede editie van Expoplu Exchange, het talentontwikkelingsprogramma, hebben een intrinsieke drijfveer om de ‘norm’ en het ‘normale’ te bevreemden. Ze willen de absurditeit van het alledaagse blootleggen en ontleden. Maarten Buser, Anna Gerrits, Pim Lohman, Daan Mulder, Jesse Strikwerda en Wanda Tiersma zijn een collectieve tocht aangegaan, begeleid door Marieke Folkers met assistentie van Tessa Fröling. 

Het basisprincipe van Expoplu Exchange is het stimuleren van kruisverbanden tussen disciplines, werkmethodes en kennis. In het geval van ‘Hopscotch’ dook de multidisciplinaire groep met een inherente nieuwsgierigheid naar elkaars werkwijze in deze kruisverbanden. Middenin een pandemie waren ze gedwongen een manier te vinden om het project te laten werken. Dit manifesteerde zich in het verzenden van werk naar elkaar per post. Alle deelnemers begonnen met hun eigen individuele geluidsfragment, bewerkt textiel, canvas, gedicht of installatie. Ze gaven het door aan de volgende persoon, die met het werk verderging door het te veranderen, vernietigen, of te gebruiken ter inspiratie voor iets nieuws, om het vervolgens weer naar de volgende te sturen. 

De groep tilde dit kettingprincipe naar een hoger niveau in een verwoede “wervelwind van productie”, waarin iedereen creëert door actie en reactie. Elk werk is tegelijkertijd een begin, tussenstop en eindpunt. Ze wilden zichzelf dwingen tot een “staat van dwaasheid.” Om dit te illustreren met de woorden van Wouter Kusters, “de pogingen […] komen bij de waanzinnige niet voort uit een primitief verlangen of een denkstoornis, maar worden voortgebracht door een hoogspanning van het denken, een snelkookpan van kronkelende fascinerende mogelijkheden.” (Filosofie van de Waanzin, 2014, p. 32) Objecten, beelden en geluiden hinkelen - ‘hopscotch’ - continu van de één naar de ander, om uiteindelijk samengebracht en herordend te worden in een tentoonstelling.

Dit collectieve maakproces werd een ontdekkingstocht naar auteurschap en betekenis. Elk werk draagt een polyfonie aan stemmen in zich. ‘Polyfonie’, een literaire term van Mikhail Bakhtin, refereert aan de gelijktijdige aanwezigheid van meerdere stemmen. In ‘Hopscotch’ zijn de stemmen van de deelnemers non-hiërarchisch. Door het continu verspringen tussen individuele uitingen, vormt een gelaagde betekenisketen de kern van elk werk, en daarmee van de tentoonstelling. Gedurende de productie stoppen de deelnemers hun gedachtes, ideeën en associaties in de kunstwerken. Dit stopt abrupt wanneer de expositie begint. Vanaf dat moment is het aan de bezoeker om betekenis te geven aan de werken. Volgens Roland Barthes geeft de lezer betekenis aan een tekst, en is de auteur in dit proces van geen enkel belang. In tegenstelling tot Bakhtin, meent hij dat wanneer iedereen aan het woord zou kunnen zijn er in feite niemand aan het woord is, en noemt dit “de vernietiging van elke stem.” (The Death of the Author, 1977, p. 142)

‘Hopscotch’ is een verstilling van de dwaasheid en verwoede ontsporing van de groep. Ze nodigt ons uit om stil te staan bij de absurditeit van het dagelijks leven. Bijvoorbeeld met een ‘non-muur’ die een muur lijkt maar alles is wat een muur niet is, met een geborduurd landschap dat een levensechte tepel omringt en ingesloten wordt door was, met een hyperfocus op iets zo gewoons als een winkelwagentje en oortjes met een kabbelend achtergrondgeluid of oordopjes die gekneed worden.

De hoogspanning van de wervelwind is ten einde gekomen, en de rest is stilte.

Over Expoplu Exchange
In 2020 is Expoplu gestart met een nieuw pilotprogramma, Expoplu Exchange. Dit talentontwikkelingsproject biedt ruimte, tijd en middelen aan jonge kunstprofessionals. Het doel van het programma is om de ontwikkeling van de individuele praktijk van elke deelnemer te stimuleren in een collectief kader, een nieuw netwerk van peers en professionals aan te bieden, en een dialoog met het publiek aan te gaan. Expoplu ondersteunt de deelnemers in dit traject op praktisch, theoretisch en financieel vlak. Uniek voor dit programma is dat de deelnemers hun eigen traject vormgeven. Er worden gastsprekers uitgenodigd, die waardevolle kennis delen voor de ambities en plannen van de groep. De deelnemers cureren en organiseren hun eigen uiteindelijke manifestatie die aansluit bij de inhoud van hun proces. De diverse praktijken geven de deelnemers de mogelijkheid om kruisverbanden te leggen naar andere disciplines en te leren van verschillende achtergronden en benaderingen. Collectief leren en kennisuitwisseling staan centraal in Expoplu Exchange.

Extra info

Deelnemers

Maarten Buser 
Maarten Buser is dichter en kunstcriticus. Hij schrijft voor media als De Lage Landen, Metropolis M en Gonzo (circus). In 2016 verscheen zijn debuutbundel ‘Club Brancuzzi’ (Uitgeverij Koppernik. In 2018 won hij een van de basisprijzen van de Prijs van de Jonge Kunstkritiek. In november 2020 is zijn non-fictieboek ‘Geertje van de Kamp. Een Nederlandse kunstenaar in Japan’ verschenen (Uitgeverij Waanders). Daarnaast vertaalde hij diverse Engelstalige dichters naar het Nederlands.

Anna Gerrits
Anna Gerrits kiest ervoor om de dag op te rekken, zodat er drie verschillende levens parallel aan elkaar kunnen bestaan, en haar nieuwsgierigheid haar kan voortstuwen als rode draad. In de ochtend opent ze de wereld van kunstenaars en creativiteit voor pubers, als docent. In de middag kruipt ze als kunsthistorica in een comfortabele stoel, om zich te laten inspireren door poëzie en kunsttheorie, om zich vervolgens in de avond te ontpoppen tot maker. Ze kan je onderdompelen in een bad van vervreemdende geluiden of je confronteren met de absurde magie van het alledaagse. Het liefst bouwt ze bruggen op plekken die onoverbrugbaar lijken en gaat ze met je op reis, zodat jullie elkaar kunnen verwonderen.

Pim Lohman
Pim Lohman is een leergierige student kunstgeschiedenis aan de Radboud Universiteit te Nijmegen. Hij interesseert zich met name in de manier waarop kunst aan de man wordt gebracht. Vanuit die interesse ging hij al aan de slag als junior-directeur bij museum Villa Mondriaan in Winterswijk. In de komende tijd hoopt hij zich meer te verdiepen in de verhouding tussen kunst en publiek en de rol van het artistiek proces daarin.

Daan Mulder
In Daan Mulder’s ogen is het menselijke bestaan volslagen krankzinnig: “We zijn jachtige wezens die continu op zoek zijn naar richting in ons leven, maar aan wie die richting van nature ontbreekt; een beetje als een pijl zonder boog, of een trekker zonder vinger.” Hij gedijt goed in deze staat van waanzin. Het is zijn modus van werken geworden. Bewapend met semi-functionele sculpturen uit zijn atelier laat hij spelenderwijs zijn gedachten ontsporen en worden zijn sculpturen als het ware een extensie van hemzelf. Hij plaatst zichzelf als protagonist van zijn eigen verhaal in absurdistische scenario’s en gaat met zijn sculpturen de begrenzingen van het menszijn te lijf. Het resultaat is een “gezonde oefening in waanzin, in de vorm van een filmische of performatieve sketch.”

Jesse Strikwerda
Jesse Strikwerda maakt installaties en sculpturen waarin de maakbaarheid van de realiteit centraal staat. Het ontrafelen van de lagen van een geconstrueerde werkelijkheid is het uitgangspunt voor een verkenning naar de constructie van een beeld. Constructies worden omver gedrukt, opgevoerd, verborgen en aan een publiek getoond. Achtergronden worden voor elkaar opgehangen, als een verhulling van de onderliggende structuur, en vervolgens door de kunstenaar weer opgeheven om dezelfde structuur van een podium te voorzien. Elementen uit de werkelijkheid (bouwmaterialen, feestartikelen, stoffen) worden afgewisseld met beelden ervan (tekeningen, stripachtige elementen en klei-objecten), waardoor een spannend spel ontstaat waarin op een speelse manier pijnlijk duidelijk wordt dat alles gebouwd en vernield kan worden.

Wanda Tiersma
Wanda Tiersma's werk gaat over intimiteit en fysiek contact. Zij wil het menselijk vermogen om connecties te maken met elkaar en om iets te worden dat groter is dan jezelf onderzoeken. Mensen zijn kuddedieren die samenwerkingen met anderen nodig hebben. Omstandigheden kunnen deze vaardigheden echter blokkeren en ons laten vergeten hoe erg we dit nodig hebben. Wanda wil mensen herinneren aan deze essentiële behoefte, deze kracht van de mens.

Extra info

Deelnemers

Maarten Buser 
Maarten Buser is dichter en kunstcriticus. Hij schrijft voor media als De Lage Landen, Metropolis M en Gonzo (circus). In 2016 verscheen zijn debuutbundel ‘Club Brancuzzi’ (Uitgeverij Koppernik. In 2018 won hij een van de basisprijzen van de Prijs van de Jonge Kunstkritiek. In november 2020 is zijn non-fictieboek ‘Geertje van de Kamp. Een Nederlandse kunstenaar in Japan’ verschenen (Uitgeverij Waanders). Daarnaast vertaalde hij diverse Engelstalige dichters naar het Nederlands.

Anna Gerrits
Anna Gerrits kiest ervoor om de dag op te rekken, zodat er drie verschillende levens parallel aan elkaar kunnen bestaan, en haar nieuwsgierigheid haar kan voortstuwen als rode draad. In de ochtend opent ze de wereld van kunstenaars en creativiteit voor pubers, als docent. In de middag kruipt ze als kunsthistorica in een comfortabele stoel, om zich te laten inspireren door poëzie en kunsttheorie, om zich vervolgens in de avond te ontpoppen tot maker. Ze kan je onderdompelen in een bad van vervreemdende geluiden of je confronteren met de absurde magie van het alledaagse. Het liefst bouwt ze bruggen op plekken die onoverbrugbaar lijken en gaat ze met je op reis, zodat jullie elkaar kunnen verwonderen.

Pim Lohman
Pim Lohman is een leergierige student kunstgeschiedenis aan de Radboud Universiteit te Nijmegen. Hij interesseert zich met name in de manier waarop kunst aan de man wordt gebracht. Vanuit die interesse ging hij al aan de slag als junior-directeur bij museum Villa Mondriaan in Winterswijk. In de komende tijd hoopt hij zich meer te verdiepen in de verhouding tussen kunst en publiek en de rol van het artistiek proces daarin.

Daan Mulder
In Daan Mulder’s ogen is het menselijke bestaan volslagen krankzinnig: “We zijn jachtige wezens die continu op zoek zijn naar richting in ons leven, maar aan wie die richting van nature ontbreekt; een beetje als een pijl zonder boog, of een trekker zonder vinger.” Hij gedijt goed in deze staat van waanzin. Het is zijn modus van werken geworden. Bewapend met semi-functionele sculpturen uit zijn atelier laat hij spelenderwijs zijn gedachten ontsporen en worden zijn sculpturen als het ware een extensie van hemzelf. Hij plaatst zichzelf als protagonist van zijn eigen verhaal in absurdistische scenario’s en gaat met zijn sculpturen de begrenzingen van het menszijn te lijf. Het resultaat is een “gezonde oefening in waanzin, in de vorm van een filmische of performatieve sketch.”

Jesse Strikwerda
Jesse Strikwerda maakt installaties en sculpturen waarin de maakbaarheid van de realiteit centraal staat. Het ontrafelen van de lagen van een geconstrueerde werkelijkheid is het uitgangspunt voor een verkenning naar de constructie van een beeld. Constructies worden omver gedrukt, opgevoerd, verborgen en aan een publiek getoond. Achtergronden worden voor elkaar opgehangen, als een verhulling van de onderliggende structuur, en vervolgens door de kunstenaar weer opgeheven om dezelfde structuur van een podium te voorzien. Elementen uit de werkelijkheid (bouwmaterialen, feestartikelen, stoffen) worden afgewisseld met beelden ervan (tekeningen, stripachtige elementen en klei-objecten), waardoor een spannend spel ontstaat waarin op een speelse manier pijnlijk duidelijk wordt dat alles gebouwd en vernield kan worden.

Wanda Tiersma
Wanda Tiersma's werk gaat over intimiteit en fysiek contact. Zij wil het menselijk vermogen om connecties te maken met elkaar en om iets te worden dat groter is dan jezelf onderzoeken. Mensen zijn kuddedieren die samenwerkingen met anderen nodig hebben. Omstandigheden kunnen deze vaardigheden echter blokkeren en ons laten vergeten hoe erg we dit nodig hebben. Wanda wil mensen herinneren aan deze essentiële behoefte, deze kracht van de mens.